Cooplink en de coöperatieve woonbeweging
Wooncoöperaties winnen de laatste jaren flinkaan terrein, zowel in aantal als in bekendheid. “Het bevorderen van wooncoöperaties” heeft zelfs een voet aan de grond gekregen in het coalitieakkoord van 2024.
Van een “linkse niche” is de beweging zich aan het verbreden. Goed nieuws, want wooncoöperaties bieden niet alleen oplossingen voor het woningtekort en sociale uitdagingen zoals eenzaamheid, ze dragen ook bij aan systeemverandering.
Wooncoöperaties brengen woningen in collectief bezit, daarmee breken ze met de trend van huizen als privébezit en winstobjecten. Een woning wordt zo weer een thuis in plaats van een lucratieve belegging. Aangezien we nog steeds in een ernstige wooncrisis verkeren en winstbejag op huizen de prijzen alleen maar verder opdrijft, is het de hoogste tijd dat we de boel anders gaan organiseren.
Als je dit leest denk je misschien: Waar wachten we nog op? Waarom hebben we niet veel meer wooncoöperaties? En, hoe kan ik er in eentje wonen?
Tijdens een schreeuwend tekort aan betaalbare woonruimte geven de hoopvolle geluiden van wooncoöperaties energie en goede moed. Dat is hard nodig. Om de potentie van wooncoöperaties op grotere schaal te benutten, moet er wel nog wat werk verzet worden.
Gelukkig zijn er door het hele land mensen en organisaties bezig om het starten van wooncoöperaties toegankelijker en makkelijker te maken. Goede informatie en een sterke, verbonden beweging zijn daarvoor belangrijke factoren. Andere cruciale aspecten zijn toegang tot grond en geld, en ondersteunende regelgeving.
In dit artikel lees je meer over wooncoöperaties, de coöperatieve woonbeweging, welke uitdagingen er op de weg liggen en hoe die worden aangevlogen.
Wat zijn wooncoöperaties?
Al lijken de termen verwarrend veel op elkaar, in de praktijk verschillen een ‘wooncoöperatie’ en een ‘woningcorporatie’ nogal veel van elkaar. Een woningcorporatie bouwt, bezit en beheert woningen, die worden verhuurd aan huishoudens. De woningcorporatie is de verhuurder en de bewoner is de huurder. Een wooncoöperatie is een collectief van huurders die huren in zelfbeheer. Er is geen sprake van een externe verhuurder zoals bij een woningcorporatie.
Dat werkt als volgt:
De wooncoöperatie is georganiseerd als een vereniging of coöperatie. Elke huurder is lid van deze vereniging of coöperatie. Het verschil tussen de twee gaat vooral om de vraag of er winst mag worden uitgekeerd aan de leden; bij een coöperatie wel, bij een vereniging niet. Daarom kiezen de meeste wooncoöperaties voor de rechtsvorm ‘vereniging’, want er is geen individueel winststreven. Alsnog noemen ze zichzelf dan vaak een wooncoöperatie.
De vereniging beheert alle woningen. In het geval van een 'zelfbouw-wooncoöperatie' bouwt en bezit de vereniging de woningen ook zelf (dat doet bijvoorbeeld een ‘beheer-wooncoöperatie’ niet). Bij een zelfbouw-wooncoöperatie zijn de woningen dus collectief eigendom en wordt het in de statuten vastgelegd dat dat zo blijft. Dit voorkomt dat individuele woningen verkocht kunnen worden, zo zijn de woningen voorgoed beschermd tegen marktwerking. Bovendien is er geen aanleiding om de huren nodeloos te verhogen, want daar heb je alleen maar jezelf en je buren mee.
Als we het hebben over wooncoöperaties, hebben we het dus vaak over woonverenigingen. Een belangrijk kenmerk is dat ze democratisch en non-profit zijn. De rechtsvorm ‘vereniging’ waarborgt dit. Wooncoöperaties die wel kiezen voor de rechtsvorm ‘coöperatie’, kunnen in hun statuten vastleggen dat er geen winstuitkering aan de leden plaatsvindt. Dit kan een voorwaarde zijn om op gemeentelijke kavels voor wooncoöperaties te kunnen reageren.
Dus; in algemeen wordt met een ‘wooncoöperatie’ een vereniging of coöperatie van huurders bedoeld zonder winstoogmerk, waarbij de woningen in collectief bezit zijn en collectief worden gebouwd. Maar er kunnen ook vormen zijn die (iets) afwijken van deze standaard.
Onderling kennis delen
Sommige mensen lopen warm van het bovenstaande stukje bestuurskunde, terwijl anderen zullen denken: ‘wat ingewikkeld, dit is niet voor mij,’ en zich daarom op de wachtlijst voor een sociale huurwoning plaatsen of het instorten van woningmarkt afwachten. Om die reden is het belangrijk om te benadrukken dat je een wooncoöperatie niet in je eentje vormt, je doet het samen met anderen.
Met z’n allen moet je van veel zaken kennis opdoen; van organisatie- en rechtsvorm tot financiën en bouwplannen. Dit hoeft niet allemaal tegelijk en individuele leden hoeven niet op alle vlakken experts te worden. Als je bijvoorbeeld in geen honderd jaar een begroting uit de mouw geschud krijgt, maar wel groene vingers hebt, kun je daarin iets toevoegen. Ieder lid deelt diens kennis en kunde met de groep en samen weet en kun je heel veel.
Ook delen wooncoöperaties onderling kennis. De eerste pioniers hebben het wiel uitgevonden en elke groep die daarna komt, probeert het proces weer soepeler voor de volgende te laten verlopen. De onderlinge verbondenheid en solidariteit in de coöperatieve woonbeweging is sterk. Wooncoöperaties helpen elkaar niet alleen verder, ze vormen samen ook een weg uit de wooncrisis.
Neem voor inspiratie bijvoorbeeld een kijkje bij:
- Wooncoöperatie de Warren (in 2023 gerealiseerd op IJburg, Amsterdam).
- Wooncoöperatie de Nieuwe Meent (oplevering bouw begin 2025 op Sciencepark, Amsterdam)
- Wooncoöperatie de Bonte Hulst (kavel toegewezen op Buiksloterham, Amsterdam)
- Vrijplaats en wooncoöperatie Bajesdorp (in 2024 opgeleverd in het Bajeskwartier, Amsterdam)
Naast enthousiasme en ambitie voor de projecten, zul je van deze pioniers ook horen dat het starten van een wooncoöperatie een grote en ingewikkelde klus is. Dat sluit helaas mensen uit die niet de tijd, kennis, energie of het netwerk hebben om daaraan te beginnen.
Bovendien hebben wooncoöperaties vaak enkele plekjes vrij voor mensen die niet kunnen meehelpen in het voorbereidende proces, maar er wel willen wonen. Dit maakt de uiteindelijke groep diverser. Sommige groepen kiezen er bewust voor om plekken te reserveren voor mensen met lage inkomens, jonge gezinnen met weinig tijd of ongedocumenteerde mensen.
Landelijke ondersteuning door Cooplink
Toegankelijke kennis en een ondersteunende beleidsinfrastructuur maken het proces voor wooncoöperaties een stuk makkelijker.
Op nationaal niveau is Cooplink hier mee bezig. Cooplink is een vereniging van en voor wooncoöperaties (in oprichting). De leden zijn wooncoöperaties, niet individuen. Het is een non-profit club van initiatieven die zelf de hobbels hebben ervaren en nu de weg voor anderen willen plaveien. Cooplink is ontstaan met hulp van Stichting !Woon, de Woonbond, de Woningbouwvereniging Gelderland en de Vereniging Gemeenschappelijk Wonen.
De pijlers van Cooplink zijn kennisdeling en lobbywerk. Op hun website hebben ze een uitgebreide kennisbank ontwikkeld en er worden regelmatig sessies georganiseerd voor kennisdeling. De Landelijke Wooncoöperatie dag is een groot success, hier komt de beweging samen om ervaring uit te wisselen, van elkaar te leren en onderling te verbinden.
Wooncoöperaties die lid zijn van Cooplink zijn niet alleen onderdeel van dit kennisnetwerk, ze zorgen ook voor een groeiende en verbonden beweging. Dat geeft de andere pijler van Cooplink, ‘lobbywerk’, extra kracht en slagingskans.
Lobbyen doet Cooplink veelal op landelijk niveau, met als doel de belemmering voor het starten van wooncoöperaties weg te nemen en ondersteuning en geld vrij te spelen. Met succes, want in het huidige regeerakkoord (2024) staat over wooncoöperaties het volgende: “We nemen juridische en financiële belemmeringen voor coöperatief wonen weg. Hiervoor richten we een ondersteuningsfonds in en ondersteunen we Cooplink, de vereniging van wooncoöperaties. Via 2 amendementen (2022 en 2023) is hiervoor €40 miljoen vrijgemaakt. Het fonds neemt de belangrijkste financiële belemmeringen weg, zodat wooncoöperaties betaalbare woningen kunnen realiseren. Ook bespreken we met gemeenten hoe ze wooncoöperaties kunnen stimuleren.”
Gemeentelijk niveau
Qua ondersteuning op gemeentelijk niveau is Amsterdam koploper in Nederland. Amsterdam heeft als doel om in vijfentwintig jaar tijd tien procent van alle huizen bij een wooncoöperatie onder te brengen. De gemeente geeft daarvoor specifieke nieuwbouwkavels vrij en is er een gemeentelijk leenfonds voor wooncoöperaties van 50 miljoen euro (daarover zo meer). De gemeente ondersteunt ook Stichting !Woon die in en rond Amsterdam de rol heeft van huurteam, informatieverschaffer aan kleine VVE’s en ondersteuner van wooncoöperaties.
Stichting !Woon is expert in het begeleiden van wooncoöperaties. !Woon helpt bewoners en initiatieven met vragen over het oprichten van een wooncoöperatie. Bijvoorbeeld hoe je een wooncoöperatie start, aan welke wettelijke eisen een wooncoöperatie moet voldoen en waarop je moet letten bij de financiering. Een paar keer per jaar start er een basiscursus voor wooncoöperaties en !Woon organiseert trainingen gericht op de organisatie en financiering van wooncoöperaties. De basiscursus en de eerste adviezen en trainingen voor startende groepen zijn gratis.
De uitgebreide kennis en ervaring van !Woon op dit vlak is gebundeld in het ‘Handboek Wooncoöperaties Amsterdam’.
Omdat Amsterdam grond, geld en steun beschikbaar maakt voor wooncoöperaties is het niet wonderlijk dat de meeste zelfbouw wooncoöperaties in Amsterdam worden gerealiseerd. Andere gemeenten kijken naar de hoofdstad als voorbeeld om ook hun eigen wooncoöperaties de ruimte en kans te geven. Het valt op dat steeds meer gemeenten zich hiervoor inzetten. Zo heeft de Gemeenteraad van Utrecht het ‘Actieplan Utrechtse Wooncoöperaties’ ontwikkeld.
De Amsterdamse wooncoöperaties zelf hebben naast hun eigen projecten ook gebouwd aan een ondersteuningssysteem: Platform Wooncoöperaties Amsterdam (PWA). Dit samenwerkingsverband tussen wooncoöperaties uit de metropoolregio helpt elkaar, startende wooncoöperaties en de beweging verder.
De aangesloten wooncoöperaties delen informatie, hun netwerk en ze trekken samen op. Ze hebben daarbij de ambitie om uit te groeien tot een landelijke vereniging van wooncoöperaties. De vereniging wil een hele grote hobbel afvlakken: geld.
Geld en grond
Het rondkrijgen van de financiering voor een wooncoöperatie is een uitdaging. De wooncoöperatie wordt volgens de wet als een zakelijke entiteit gezien, waardoor ze in Nederland maximaal 70 procent van de investeringskosten van de bank kan lenen. In Amsterdam is er via het eerder genoemde leenfonds een aanvullende lening mogelijk van maximaal 20 procent van het totaal en maximaal € 50.000 per woning. Dit betekent dat er – in het gunstigste geval – alsnog een gat van minimaal tien procent door de leden van de wooncoöperatie bij elkaar gesprokkeld moet worden.
Stel; het bouwen van je wooncoöperatie kost zo’n 12 miljoen euro (voorbeeldcasus van de Torteltuin in Amsterdam), je krijgt 70 procent lening van de bank én 20 procent van de gemeente, dan blijft er alsnog 1,2 miljoen euro over. Een deel daarvan kun je proberen in te vullen met investeerders en fondsen, voor een ander deel wordt er een beroep gedaan op eigen inleg van de leden en het verkopen van obligaties. In het geval van de 12 miljoen van de Torteltuin moet vijf procent worden binnengehaald via obligaties, dat gaat om 600.000 euro. Obligaties verkoop je vooral in je eigen netwerk. Dat betekent dat je een behoorlijk vermogend netwerk moet hebben, wat het starten van een wooncoöperatie ontoegankelijk maakt voor veel mensen.
Geld is dus een grote hindernis voor wooncoöperaties. Een belangrijke ontwikkeling om geld als obstakel weg te nemen, is het eerder genoemde nationale fonds. Verder kunnen gemeenten zelf invulling geven aan een leenfonds (zoals Amsterdam dat doet). Het zou een groot verschil maken als banken meer geld zouden kunnen en willen uitlenen aan wooncoöperaties. Lees voor meer over de mogelijkheden van het beleid en de wettelijke kaders ook het artikel over de coöperatieve overheid in de collectie van Collectief Eigendom.
Een kijkje over de grens geeft ook inspiratie voor de mogelijkheden omtrent het regelen van de financiering. In bijvoorbeeld Zwitserland zijn er drie grote fondsen die bijdragen aan de start van nieuwe wooncoöperaties. In verschillende Europese landen worden ook lokale instrumenten ingezet zoals rentevrije leningen en korting op grondprijzen. Meer voorbeelden en details staan in het ‘Europees onderzoek naar wooncoöperaties’ uit 2021, in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.
Wooncoöperaties zouden zichzelf niet zijn, als ze niet ook het heft in eigen handen zouden nemen. Vanuit PWA is het idee voor een burgerfonds voor de coöperatieve beweging ontstaan. Michiel Voskamp van PWA legt dit in een persoonlijk interview uit: “Wanneer bestaande wooncoöperaties hun leningen hebben afbetaald, dan blijft er geld over vanuit de huurinkomsten. Veel van de Amsterdamse wooncoöperaties hebben vastgelegd dat dit geld geïnvesteerd gaat worden in de coöperatieve beweging. Om dat in goede banen te leiden, wordt er nu een gemeenschappelijk fonds opgericht, van waaruit de beweging ondersteund kan worden. Bijvoorbeeld door startende wooncoöperaties te helpen financieren of het onderhoud van bestaande coöperatieve woningen te bekostigen. Het fonds zou zich ook kunnen uitbreiden naar andere coöperatieve verenigingen; bijvoorbeeld op het gebied van energie.”
Dit idee toont aan hoeveel er mogelijk is als je de krachten bundelt.
Naast geld heeft een zelfbouw-wooncoöperatie grond nodig. Omdat de non-profit wooncoöperaties niet kunnen concurreren met de commerciële prijzen van ontwikkelaars, is het belangrijk dat gemeenten expliciet kavels met een passende grondprijs beschikbaar stellen voor wooncoöperaties.
Niet alle wooncoöperaties hoeven zelfbouw-coöperaties te zijn, ook in de bestaande woningvoorraad of in leegstaande objecten zou er veel woonruimte in coöperatieve handen gebracht kunnen worden.
De bestaande wooncoöperaties laten zien dat het kan; wonen in eigen beheer, buiten de markt om. Ze laten ook zien hoe het een stuk makkelijker kan, zodat in de toekomst coöperatief wonen voor veel meer mensen mogelijk wordt.
Waar kun je verder terecht?
Kijk bij jouw gemeente wat het beleid en de mogelijkheden voor wooncoöperaties en welke ondersteunende initiatieven er op lokaal niveau zijn.
Cooplink, !Woon en PWA zijn belangrijke organisaties voor (startende) wooncoöperaties. Daarnaast kun je geholpen zijn met de volgende organisaties:
De Duitse GLS Gemeinschaftsbank financiert al langer wooncoöperaties in Duitsland en is ook betrokken bij de financiering van de eerste Nederlandse wooncoöperaties.
De Coöperatieve Rabobank is de eerste en belangrijkste Nederlandse bank die wooncoöperaties financiert.
CrowdBuilding is een landelijk platform voor collectief bouwen en wonen. Hier kunnen woningzoekenden, projecten en grond elkaar vinden. Ook kom je hier de benodigde professionele begeleiding tegen. CrowdBuilding is er voor alle vormen van collectief ontwikkelen; naast wooncoöperaties vind je er bijvoorbeeld initiatieven tot Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en Tiny House complexen. Je kunt je aanmelden als individu op zoek naar een groep, maar ook als groep op zoek naar leden en/of locaties.
Platform 31 is een kenniscentrum voor complexe vraagstukken in de stad en regio. Wonen is een groot thema en platform 31 heeft veel informatie over wooncoöperaties.
Kansfonds zet zich in voor een thuis voor iedereen. Mocht je als wooncoöperatie plek willen geven aan mensen met hoge woningnood en weinig woningkansen, bijvoorbeeld ongedocumenteerde mensen, dan kan Kansfonds meedenken en meehelpen. Ook doet Kansfonds onderzoek naar de ontwikkeling van Community Land Trusts (CLT); dat is een ander coöperatief bezit- en woonmodel.
Neem voor een inspirerend uitstapje naar het Community Land Trustmodel ook een kijkje bij Community Land Trust Nederland en Community Land Trust Network. Check binnen de webdocu van Collectief Eigendom de opkomst van een CLT in de Bijlmer.
Het Boek ‘Operatie Wooncoöperatie’ van Arie Lengkeek en Peter Kuenzli is met veel voorbeelden uit buurlanden een goed naslagwerk en handboek voor wooncoöperaties.
Het ‘Handboek Wooncoöperaties Amsterdam’ van Stichting !Woon biedt veel praktische handvatten voor (startende) wooncoöperaties.
Gluren over de grens. In Nederland is de wooncoöperatie relatief nieuw en vernieuwend, maar in een aantal (bijna) buurlanden is het al langer gemeengoed. In bijvoorbeeld München, Wenen en Zurich staan er tal van wooncoöperaties die laten zien hoe mooi, fijn en betaalbaar je kunt wonen in collectief bezit. Het laat ook zien dat bewoners én de stad daar beter van worden. Idee voor je volgende reisje?